Home > Geschiedenis Noord-Beveland > 0 - 1600
Voorlezen Tekstgrootte

0 - 1600

Begin

Bij het begin van onze jaartelling behoorde het zuiden van Nederland, tot aan de Rijn, al tot het Romeinse rijk, maar in het moerassige Zeeland vertoonden de Romeinen zich nog niet. Pas omstreeks 180 na Christus werd in Aardenburg een legerplaats gevestigd. Daarbij ontstond ook een kleine handelsnederzetting, de eerste plaats in Zeeland die je als stedelijk centrum zou kunnen beschouwen. Minstens zo belangrijk waren de twee tempels van Nehalennia aan de Scheldemonding, één bij Domburg en één bij Colijnsplaat. Deze plaatsen werden centra voor het scheepvaartverkeer naar Engeland en naar het Rijngebied. Hier troffen de reizende handelaren en de plaatselijke bevolking, de Menapiërs (Kelten), elkaar. De beide tempelcomplexen en het kamp bij Aardenburg straalden een welvaart en luxe uit, die voordien in onze streken onbekend waren. Van de nederzetting bij Colijnsplaat kennen we de naam: Ganuenta. Dit is de oudst bekende plaatsnaam in Zeeland.

Germanen, Friezen en Franken

Omstreeks 275 na Christus vluchtte de hele bevolking uit het gebied. Aanleiding voor de vlucht waren invallen van Germaanse stammen en het oprukkende water. Eeuwenlang zou Zeeland er vrijwel volledig verlaten bij liggen. Rond 500 waren sporadisch nog wel eens mensen aanwezig in de duinstroken van Zeeland: de Friezen. Zij gaven de streek de naam Zeeland en verzonnen rond 650 voor het nieuw ontstane handelsplaatsje aan de kreek bij de Scheldemonding de naam Walacria. Deze naam werd later de aanduiding ‘Walcheren’ voor het eiland Walcheren. Rond 700 werd Zeeland een onderdeel van het Frankische rijk. In die tijd begonnen ook de schorrengebieden weer langzaam bevolkt te raken. Uit de Frankische taal ontwikkelden zich de Zeeuwse en Vlaamse dialecten.

In het jaar 1000 was het land nog altijd onbedijkt, kerken waren er nog vrijwel niet en de bevolking woonde vooral in het kustgebied en op de schorren daar vlak achter. In het jaar 1014 veroorzaakte een grote stormvloed ernstige schade en veel slachtoffers onder mensen en vee. Kort daarna werden de eerste dijkjes aangelegd. Ook werden nederzettingen opgehoogd tot echte terpen. Toen verschenen ook de eerste kerken, waaronder rond 1100 Welle op Noord-Beveland.

Eerste bedijking van Zeeland

Dan slaat de zee weer toe: de grote stormvloed van 1134 eist slachtoffers onder de gegroeide bevolking en veroorzaakt schade aan het toegenomen bezit. Op alle bewoonde eilanden wordt het besluit genomen om over te gaan tot volledige bedijking. Walcheren, Schouwen, Duiveland en Noord-Beveland worden bedijkt. Op Tholen en Zuid-Beveland werden verschillende eilanden bedijkt. Al het bewoonde land is in 1200 beschermd door dijk en duin. Uitwateringssluizen zorgen voor de afvoer van overtollig water, waardoor de waterstand in de polders kan worden verlaagd en het belangrijkste: het grondwater verzoet. De schorrenvegetatie maakt plaats voor sappig grasland en op de hoger gelegen gedeelten is nu volop akkerbouw en fruitteelt mogelijk. De opbrengsten stijgen met het jaar en dat heeft zijn weerslag: parochies worden gesticht en kerken worden gebouwd. Bovendien bloeit de handel op en kan de landadel zich gepaste behuizing veroorloven. Zeeland wordt als snel te klein. Gelukkig was er nog ruimte voor nieuwe indijking, maar deze groei kon niet blijven duren. Door de steeds verdergaande inpoldering werd de komberging van de overblijvende wateren hoe langer hoe kleiner, zodat er bij stormvloeden geen plaats was om al het opgestuwde water te bergen. Steeds weer brak het water door de dijken en ging veel grond aan het water verloren. Toch groeide Zeeland door: in de vijftiende eeuw was Zeeland een florerende streek, die niet langer beschouwd werd als aanhangsel van Holland, maar als zelfstandig gewest met een eigen identiteit.

Verdronken land

De zestiende eeuw werd echter een eeuw van rampen. Dit begon op5 november 1530 ‘Sint Felix quaede Saturdach’ toen Zeeland getroffen werd door één van de grootste stormvloeden aller tijden: het hele eiland Noord-Beveland, het westelijk deel van het eiland Borsele en het hele oostelijke stuk van Zuid-Beveland verdwenen in de golven. Alleen in het dorp Kats verdronken al 150 mensen. In 1532 maakte de Elisabethvloed de ramp compleet. Van de verdronken plaatsen bleef niets over, behalve de kerktorens van Kortgene, Wissenkerke, die nog lang als eenzame bakens op de schorren stonden.

Bronnen

  • Provincie Zeeland, (1999) Begrotingsbrief 2000, p. 41-49 (auteur: A. Beenhakker)
  • C.P. Zuidweg (1975) Herbevolking van Noordbeveland, uit: Jaarboek Heemkundige Kring

Contact

Gemeentehuis

Voorstraat 31, 4491 EV Wissenkerke
Tel.: 14 0113
E-mail: info@noord-beveland.nl

Postadres

Postbus 3, 4490 AA Wissenkerke

Meer contactinformatie en openingstijden

Volg de gemeente Noord-Beveland:

Twitter  Facebook