Home > Geschiedenis Noord-Beveland > 1598-1940
Voorlezen Tekstgrootte

1598-1940

Inpoldering

Een deel van Noord-Beveland werd in 1598 opnieuw ingepolderd, en toen ging het in snel tempo verder. Toen in 1685 de plaats van het verdronken stadje Kortgene weer werd bedijkt, bleek de oude kerktoren nog zo goed te zijn dat hij in ere kon worden hersteld. De nieuwe dorpen en polders werden met grote zorg ontworpen. Colijnsplaat is daar een goed voorbeeld van.

Op het ‘nieuwe’ Noord-Beveland bevonden zich de volgende dorpen: Colijnsplaat (1598), Kats (1598), Kortgene (1684) in het oosten van het eiland en Wissenkerke (1652) met Kamperland en Geersdijk (1668) in het westen.

Bevolking

Onder de eerste mensen die zich op het nieuw ingedijkte eiland vestigden, waren enkele van de arbeiders die eerst aan de bedijking hadden meegewerkt en die vervolgens bij de verkavelingswerkzaamheden, het graven van sloten en het aanleggen van wegen zijn tewerkgesteld. Ook van de timmerlieden en metselaars die de huizen moesten bouwen op de verkochte percelen van Colijnsplaat (1598) hebben enkelen zich blijvend gevestigd in het dorp. In de leegstaande schapestelle, bescheiden woningen van schaapsherders, trokken nieuwe boerengezinnen, die alleen nog maar schuren en stallen hoefden te bouwen.

In de nieuwe polder woonden ook een groot aantal schippers: vanuit Colijnsplaat voeren beurtschippers op o.a. Zierikzee, Goes, Middelburg, maar ookwaren er schippers die onderhoudsmaterialen voor de dijken aanvoerden. Op het eiland vestigden zich natuurlijk ook de gewoonlijke ambachtslieden, die hun taken in de dorpen uitvoerden, zoals smeden, winkeliers, bakker, etc.

De meeste inwoners van het nieuwe eiland waren dus geen vluchtelingen vanwege hun geloof, maar ze kwamen gewoon omdat er op Noord-Beveland werk voor hen was. Van een groot aantal van de eerste inwoners is bekend waar ze vandaan komen: Holland, Vlaanderen en andere plaatsen in Zeeland voeren de lijst van migratiestreken aan, maar ook uit Zwitserland, Brabant, Limburg, Frankrijk, Duitsland, Engeland en Schotland hebben een flink aantal personen zich gevestigd op het eiland.

Economie

Van oorsprong is Noord-Beveland een agrarisch gebied. Ook nu nog vormt de akkerbouw één van de belangrijkste pijlers van de Noord-Bevelandse economie. Tot 1868 was de zogenaamde ‘meekrapindustrie’ (productie van kleurstofhoudende planten) belangrijk. Daarna werd de suikerbietenteelt de voornaamste landbouwactiviteit. Op dit moment schakelen veel traditionele landbouwbedrijven over naar de veeteelt, omdat de landbouw niet echt lucratief meer is.

Ondanks dat Noord-Beveland omringd wordt door water, is de visserij pas heel laat belangrijk geworden als inkomstenbron. Pas toen de Veerse dam in 1961 het Veerse meer afsloot van de Noordzee en Colijnsplaat officieel als haven werd aangewezen, kwam de visserij tot bloei op Noord-Beveland. Toch heeft de visserij de landbouw nooit kunnen verstoten als eerste economische pijler. Die eer is tot op heden zelfs het toerisme nog niet te beurt gevallen, hoewel het toerisme inmiddels een belangrijke inkomstenbron voor de inwoners van Noord-Beveland vormt.

Het toerisme heeft een enorme vlucht genomen sinds de vaste verbindingen met de rest van Zeeland tot stand zijn gekomen. De Veerse dam, de Zandkreekdam, de Zeelandbrug en de Stormvloedkering hebben de geïsoleerde ligging van Noord-Beveland immers volledig omgekeerd naar een heel centrale ligging. Vlissingen, Middelburg en Goes zijn met de auto nu binnen het half uur te bereiken. Via de Zeelandbrug duurt de reis naar Rotterdam vanuit Noord-Beveland nu zelfs maar een uur.

Behalve een centrale ligging heeft Noord-Beveland natuurlijk heel veel te bieden aan de toerist. Het eiland wordt omringd door het Veerse meer, de Noordzee en de Oosterschelde. Watersporters en strandliefhebbers komen op Noord-Beveland dus volop aan hun trekken. Ook voor wandelaars of dagtochtjesmensen heeft Noord-Beveland voldoende natuurschoon en recreatieve activiteiten om aantrekkelijk te zijn. Nu de landbouw in heel Nederland en dus ook op Noord-Beveland best moeilijke tijden doormaakt, is de toeristenmarkt voor het eiland een welkome aanvulling.

Religie

Op Noord-Beveland maken de kerken deel uit van het straatbeeld van elk dorp. De eerste kerk werd in Colijnsplaat gebouwd. Drs. Eduwaert Adriaensz Booms diende de gemeente tot zijn dood in 1625. De kerk in Kats werd pas in 1687 gebouwd. De eerste predikant in Kats, Johannes Jones, een Engelsman van geboorte, kwam al in 1659. De Noord-Bevelands bevolking is overwegend hervormd.

Culturele schatten

Het eiland is niet rijk aan culturele schatten. Gezien de historische relatie van Noord-Beveland met het water is dit geen wonder. Zo werd het gehele eiland bij de beruchte vloed van 5 november 1530 overspoeld. In november 1532 voltrok zich de volgende ramp: opnieuw overspoelde een vernietigende vloed het eiland. Op zich is het dus nog een wonder dat in Kortgene nog de vijftiende eeuwse kerktoren overeind staat. Deze heeft de stormrampen van 1530 en 1532 weerstaan.

Bronnen

  • Provincie Zeeland (1999) Begrotingsbrief 2000, p. 41-49 (auteur: A. Beenhakker)
  • C.P. Zuijdweg (1975), Herbevolking van Noord-Beveland
  • Gemeentegids Noord-Beveland 2001-2002

Contact

Gemeentehuis

Voorstraat 31, 4491 EV Wissenkerke
Tel.: 14 0113
E-mail: info@noord-beveland.nl

Postadres

Postbus 3, 4490 AA Wissenkerke

Meer contactinformatie en openingstijden

Volg de gemeente Noord-Beveland:

Twitter  Facebook