Bibob-beleid Noord-Beveland

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 12 februari 2013 het Bibob-beleid vastgesteld. Dit betekent dat bij verschillende vergunningaanvragen de aanvrager getoetst wordt op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob). In het beleid staat omschreven hoe de gemeente omgaat met het toetsen van aanvragen om vergunning.

Het Bibob-beleid is van toepassing op de volgende vergunningen:

  • Aanvragen in het kader van de Drank- en Horecawet, Wet op de kansspelen en APV-vergunningen voor horeca, prostitutiebedrijven en speelautomatenhallen. Slijterijen en paracommerciële horeca-inrichtingen (dorpshuis, buurthuis, clubhuis of kantine) vallen er in beginsel niet onder.
  • Daarnaast is het Bibob-beleid van toepassing op aanvragen om omgevingsvergunning:
    • waarvan de bouwsom meer dan € 500.000 bedraagt of
    • wanneer er sprake is van een risicocategorie, zoals voor horecabedrijven, speelautomatenhallen, kapsalons, cadeauwinkels, transportondernemingen, autohandel, sloopbedrijven, im- en exportbedrijven. Uitgezonderd zijn in beginsel (semi)overheidsinstanties en toegelaten woning(bouw)corporaties.
  • Voor zover een omgevingsvergunning nodig is in het kader van milieu - zonder bouwactiviteit - wordt de toepassing van het beleid beperkt tot de afvalbranche.

In alle andere gevallen, kan een Bibob-toets worden uitgevoerd wanneer de gemeente over specifieke informatie beschikt, afkomstig uit de eigen organisatie dan wel vanuit andere overheidspartners.

Voor horecabedrijven en seksinrichtingen bestond er reeds een Bibob beleidslijn, die is opgegaan in het nieuw vastgestelde beleid.

Het Bibob-beleid moet voorkomen dat de gemeente criminele activiteiten faciliteert door het verlenen van een vergunning.

Op 1 april 2013 is het Bibob-beleid van de gemeente Noord-Beveland in werking getreden.