De 'Nul op de meter' woning

De bouw wordt slimmer georganiseerd, kost minder tijd en leidt tot minder afval en minder faalkosten. Voor individuele woonwensen van eindgebruikers is meer plaats. Vooral ook op het gebied van energieprestatie worden sprongen gemaakt. Veel bedrijven zien het als een uitdaging om de energievraag tot nul terug te dringen. Daarvoor hanteren zij verschillende termen: EPC-0-woning, nul-op-de-meterwoning, energienota-nul woning of energienota-loze woning. De termen betekenen allemaal iets anders, maar in alle gevallen is de energieprestatie aanzienlijk beter dan wat het Bouwbesluit voorschrijft.

Bij een nul-op-de-meterwoning wordt het netto energiegebruik tot nul gereduceerd door slim gebruik te maken van energiebesparende en energieopwekkende voorzieningen. Alle in- en uitgaande energiestromen zijn op jaarbasis in balans. Dat wil zeggen dat de woning op jaarbasis voldoende energie oplevert voor ruimteverwarming, warm tapwater gebruik, ventileren, het gebruik van alle huishoudelijke en overige elektrische apparatuur inclusief verlichting. De som van opwekking en verbruik is op jaarbasis dus nul.

Hoe zien die woningen eruit?

De ontwikkelde concepten zijn allemaal anders, maar enkele grote lijnen zijn wel aan te wijzen. Ieder concept begint met een isolatiepakket met een Rc-waarde van 5, 6 of soms zelfs 10. Toepassing van drievoudig glas is standaard. De woningen zijn goed tot zeer goed luchtdicht en bij oplevering wordt dat in de meeste gevallen gecontroleerd. Ook de toepassing van zonnepanelen is standaard: gemiddeld 24 tot 30 m2 per woning. In sommige woningen zit nog aardgas, maar in de meeste gevallen vindt verwarming plaats met een elektrische warmtepomp en lage temperatuurverwarming: meestal vloerverwarming, soms gecombineerd met wandverwarming en, op de slaapverdieping, convectoren. Ook mechanische ventilatie behoort tot de standaard, in de meeste gevallen met warmteterugwinning.

Zijn die extra kosten te betalen?

Reeds per 1 januari 2015 is het hypotheekbedrag dat eigenaren van een nul-op-de-meterwoning extra kunnen lenen, verhoogd van € 13.500,-  naar € 25.000,- Daar zijn voorwaarden aan verbonden, o.a. moet de bouwer hiervoor tenminste tien jaar de energieprestatie van de woning garanderen.

Nu niet duurzaam bouwen creëert een woningvoorraad die niet voldoet in de toekomst

Mensen die Nul-op-de-Meter of energienota-nul-huizen kopen zijn bereid daar circa € 15.000,- tot € 20.000,- extra voor te betalen. Die uitgave wordt niet alleen gedaan vanwege de terugverdientijd die op basis van de huidige wet- en regelgeving en energietarieven is uit te rekenen, maar ook op basis van vertrouwen. Vertrouwen in een toekomst waarin huizen steeds energiezuiniger worden en dat juist zeer energiezuinige huizen de norm worden. De perceptie van waarde zal gaan veranderen. Nu zijn duurzame huizen al meer waard, straks worden niet duurzame huizen serieus minder waard! Het verschil wordt alleen maar groter. Lage energielasten, of in sommige gevallen negatieve energielasten, leveren geld op. Dat geldt ook voor de verkoopwaarde van energiezuinige woningen. Bij verkoop levert een energiezuinige woning simpelweg meer op dan een woning die niet energiezuinig is.